Blogs

Verslaving, ontwikkelpotentieel en emotionele overexcitability

In mijn omgeving zie ik zo veel mensen met een verslaving in meer of mindere mate, dat ik me afvroeg of het in onze genen zit. “Verslaving” heeft een negatieve bijklank en roept in het ernstigste geval de associatie op met drugsverslaafden in de goot, maar verslaving komt veel vaker voor dan we denken, weliswaar in minder heftige verschijningsvorm. Er zijn heel veel “functionele verslaafden”; mensen met een lichte verslaving die netjes in de maatschappij functioneren. Wie heeft er immers last van dat de buurvrouw na haar werk een wijntje drinkt, één tijdens de maaltijd en nog eentje ’s avonds? Dat wordt over het algemeen niet gezien als drankmisbruik, maar dat een paar dagen na elkaar, valt wèl binnen de alcoholistennorm.

Verslaving is afhankelijkheid van een middel of gewoonte. Waar ik geïnteresseerd in ben is het waarom achter een verslaving. Meestal is dat het dempen van gevoelens. Zo’n gewoonte sluipt er vaak ongemerkt in, soms min of meer aangemoedigd door de omgeving, en belandt dan stiekem op de glijdende schaal van verslaving. Er zijn heel veel verslavingen: aan tabak, alcohol, drugs, seks, eten, adrenaline, liefde, suiker, werk enzovoorts; met allemaal hetzelfde doel: emoties verzachten en je fijn voelen. Om adrenaline als voorbeeld te nemen: een lichaamseigen hormoon, dus niet direct zo schadelijk als bv. tabak. Alhoewel, dit is bedrieglijk: we kennen allemaal de gevolgen van te lang te veel adrenaline, zoals een burn-out. Daarnaast is hard werken en doorgaan min of meer sociaal wenselijk in de wersterse wereld. Wat er tegelijkertijd gebeurt (kijk maar naar mensen in je omgeving die een heftig proces doormaken zoals een dierbare verliezen): ze gaan vooral door. “Werk leidt af”. In zekere zin heel nuttig, mits dit gecombineerd wordt met tijd voor jezelf waarin je kunt voelen wat je lijf nodig hebt en vooral: die heftige gevoelens aankijken, toestaan en daardoor verzachten.

Het is bekend dat hoogbegaafden vaak gevoeliger voor verslaving zijn. Veel hoogbegaafden zijn gevoeliger dan de doorsnee mens en hebben een emotionele overexcitability. Meer en heftigere emoties, van oudsher vaak niet geleerd hoe daarmee om te gaan (en toe te staan al helemaal niet), een  maatschappij waarin we geacht worden sterk (lees: niet emotioneel) te zijn; en een kniesoor kan beredeneren waarom die verslavingsgevoeligheid groter is.

Een verslaving ligt op de loer, we zijn er allemaal gevoelig voor. Een verslaving overwinnen is zo ontzettend zwaar. Ik heb heel veel mensen tegen hun verslaving zien vechten en maar weinig mensen zien winnen.

Al een tijd probeer ik de term “ontwikkelpotentieel” te ver-jip-en-janneken. Hoe leg je uit aan iemand die deze kracht niet kent, hoe sterk het kan zijn? Dat je voelt geen andere keus te hebben, dan die ontwikkeling aan te gaan, met alle gevolgen van dien? Ik kwam er niet uit. Soms wil het helpen om op zoek te gaan naar wat een tegenpool zou kunnen zijn. Dus dat deed ik. De meest sterke kracht die ik ken, maar die je ten negatieve mee de diepte in trekt, is een verslaving. De meeste mensen kunnen zich deze kracht goed voorstellen en voelen dat deze lastig te beteugelen is. Om eerlijk te zijn, denk ik dat alleen groot ontwikkelpotentieel sterk genoeg is om een verslaving te overwinnen. 

Een bevriend gz-psycholoog merkte terecht op dat bovenstaande middelen ook gebruikt kunnen worden als copingsmechanisme. Terecht, ik beweer niet dat je je hele dagen rot moet voelen. Ik hoop op bewustwording van patronen, onderzoek naar de reden waarom je verzacht en neem regelmatig tijd om liefdevolle aandacht te schenken aan wat er in je lijf omgaat.

Gelukkig komt het niet goed

'Je kunt pas iets worden als je iemand bent', schreef cabaretier Vincent Bijlo onlangs. De in zijn jeugd uit een beroepskeuzetest gerolde baan als bierbrouwer is het dan ook nooit geworden, zijn passies en talenten lagen op het talige vlak. Hij verdient nu in zijn volwassen leven dan ook zijn brood als cabaretier.

Om te weten wat je wil, moet je weten wie je bent. En weten wie je bent, dat is een behoorlijk complexe vraag, die exponentieel meer werk vraagt om te beantwoorden naarmate je ontwikkelpotentieel groter is. Wanneer je 'alles' kan, wat wordt je dan? Het kan makkelijk lijken om te kiezen voor de weg van de minste weerstand: ent je acties en levenskeuzes op wat er in jouw omgeving gebruikelijk is en wat er van je verwacht wordt. Doen 'hoe het hoort'. Dan eindig je vast met een leuke partner en twee kinderen in een mooie doorzonwoning met een bijpassende auto voor de deur.

Ikzelf wordt al onrustig wanneer ik meelopen met de massa überhaupt overweeg, het heeft mij nooit gepast. (Al heb ik een vrouw, twee kinderen en een leuke woonplek, mijn auto is uit 2003.) Lange tijd werd mij, als odolescent en daarna, tegendraaadsheid verweten. In werkkringen of familie was ik 'daar heb je hem weer'. Ik heb ook verre van een regulier pad gevolgd in het leven, maar in mijn omgeving bestond altijd de impliciete hoop 'dat het wel goed zou komen'.

Nu weet ik inmiddels dat het gelukkig niet goed komt! Niet in de zin van dat je het ga 'doen zoals het hoort'. Dat je niet het pad loopt wat voor je bedacht wordt, maar weloverwogen je eigen pad kiest. Want voor wie moet het nu eigenlijk goed komen? Voor jezelf. En wat is 'goed' in deze? Dat wat jou past. Al lijkt het voor anderen niet goed te komen met je, wanneer je voor jezelf het gevoel hebt dat je doet wat bij jòuw waarden (eigenzinnig, maar niet anti-sociaal) past, dan komt het allemaal wel goed, lijkt mij!

Positieve versus negatieve onaangepastheid

De grote lijn in ontwikkelen volgens positieve desintegratie is van primaire integratie naar jezelf: van extern gedreven naar intern gedreven. Het gedrag dat iemand gaat vertonen, komt steeds meer in overeenstemming met de eigen waarden. Een buitenstaander kan dit interpreteren als dat iemand dus steeds asocialer wordt. Dit is echter wat Dąbrowski verstond onder negatieve onaangepastheid. Criminaliteit en psychopathologische gedragingen zijn uitingsvormen hiervan. Mensen zetten zich af, ten koste van anderen.
Dąbrowski benadrukt de groei van het empathisch vermogen door positieve desintegratie. Iemand handelt steeds meer naar zijn eigen waardenhiërarchie, maar wordt daarbij ook steeds alterocentrischer.
Dat lijkt een paradox: steeds meer richting je zelf (positieve onaangepastheid) en toch steeds socialer. De crux zit hem in het besef, dat alles en iedereen op de planeet met elkaar verbonden is. Het egocentrisme uit zich in het “zelf beter willen worden, door andere naar beneden te duwen”. Wat een heel begrijpelijke beweging is: we zien het in het dierenrijk onder andere bij jonge vogels terug. Om te overleven, moet je zorgen dat je eten krijgt. Als daarbij een broertje of een zusje het niet overleeft, nou ja, jammer dan. Dat is onze biologische impuls: ons overlevingsinstinct.

Niet voor niets is persoonlijke ontwikkeling zo ontzettend heftig. Zoals Dąbrowski het omschrijft: de derde factor (die zorgt voor de ontwikkeling richting het persoonlijk  ideaal), moet de eerste en tweede set factoren “overwinnen”. Op een bepaald level in zijn ontwikkeling beseft iemand dat hij geen controle heeft over zijn leven of dat van iemand anders. Dingen gebeuren, en het enige dat je kunt doen is daar kansen in zien en jezelf toestaan te groeien. Op een punt komt het besef dat iedereen zijn eigen pad moet lopen, dat je een ander niet kunt helpen; alleen ondersteunen. Dat op jouw pad komt wat jij nodig hebt. Dit zorgt voor een bepaalde gelatenheid op het “levenspad”. Tegelijkertijd zorgt het voor compassie; voor anderen en voor zichzelf. Je kunt anderen niet controleren, helpen of redden: dat moeten ze zelf doen. Je kunt ze alleen liefdevolle vriendelijkheid tonen en hopen dat ze goed voor zichzelf zorgen, voor het mooie mens dat jij in ze ziet. En het dan loslaten, wetende dat ieder zijn eigen weg te lopen heeft.

Sensuele overexcitability en sensorische integratie

In de sensorische integratie wordt bekeken hoe mensen reageren op de zintuiglijke prikkels die zij ontvangen. Bij problemen in de sensorische integratie, zien we dat mensen te intens (overprikkeling) of juist te weinig (onderprikkeling) op zintuiglijke impulsen reageren. Nadat de prikkelverwerking in kaart gebracht is (bijvoorbeeld met een sensory profile, waarbij gekeken wordt of iemand over- of ondergevoelig voor bepaalde prikkels is), kan een sensorisch dieet voorgeschreven worden, om ervoor te zorgen dat iemand tijd krijgt om zijn prikkels te verwerken, zodat dit niet tot een overload aan prikkels leidt (en niet zelden de daaruit volgende gedragsproblemen).

Stop, look and listen

Ik sprak onlangs een cliënt met (onder andere) een enorm sterke emotionele overexcitability. Bij vrijwel alles wat haar overkwam verdronk ze bijkans in de plethora aan emoties en emotionele associaties die de betreffende situatie opleverde.

Haar situatie deed me denken aan wat Dabrowski over Emotionele Everxictability schreef: OE manifesteert zich onder meer door inhibitie (timide en verlegen zijn), extase (enthousiasme), sterk affectief geheugen, zorgen over de dood, angsten, depressie, gevoelens van eenzaamheid, behoefte aan veiligheid, exclusieve relaties, moeite met aanpassen in een nieuwe omgeving, etc.*

Allemaal gevoelens die de meeste mensen met een groot ontwikkelpotentieel en sterke OE kennen, en die behoorlijk invasief kunnen zijn. De vraag van mijn client was: hoe voorkom is dat mijn emoties in het moment met mij weg lopen? Ze maakte zich bijvoorbeeld zorgen over het feit of ze wel voldoende professioneel over kwam bij haar collega's en voelde zich vaak als (sic) 'emotionele muts' weggezet.

Waar niet zozeer de emoties inhoudelijk maar vooral de overweldiging die ze veroorzaken mensen hindert in hun functioneren komt bij mij de slogan van een oude Engelse verkeerscampagne bovendrijven: Stop, Look and Listen – bedoeld om onvoorzichtig oversteken van bijvoorbeeld spoorlijnen tegen te gaan.

Zorgen voor jouw overexcitability

Overexcitability en arouselniveau

Een arouselniveau is een bewustzijnstoestand in de hersenen; het is de mate van alertheid. Een arouselniveau kan hoog, laag of gemiddeld zijn. Bij een laag arouselniveau ben je duf, slaperig; bij een hoog arouselniveau gejaagd of gestrest. Een optimaal arouselniveau kan gezien worden als de kruissnelheid van een vliegtuig: op deze snelheid vliegt hij het fijnste en dus het liefst.

Maar wat nou als je overexcitabilities hebt? Dan zou jouw kruissnelheid wel eens een stuk hoger kunnen liggen dan bij de andere mensen. Als je een psychomotore overexcitability hebt, dan zou je wel eens een stuk beter kunnen presteren op je werk als je regelmatig een fysieke activiteit mag doen, zoals een wandeling maken onder werktijd (verder dan naar het koffiezetapparaat en terug…) Of als jouw verbeeldende overexcitability te weinig gestimuleerd wordt op je werk en je daardoor niet het werk levert dat je zou kunnen leveren, als je dagelijks even de tijd zou krijgen om jouw creatieve denkproces de ruimte te geven? Of een onderstimulatie van de intellectuele overexcitability, het “niet voluit kunnen gaan” gedurende langere tijd en dat je daardoor in de slaperige toestand van een te laag arouselniveau terecht komt. Je zou dan, net als vele hoogbegaafden, een bore-out kunnen krijgen.

Bij iedereen fluctueert het arouselniveau gedurende de dag. Het wordt pas vervelend als je gedurende langere tijd over- of ondergestimuleerd wordt. Neem dus je vrijheid om zo veel mogelijk op jouw kruissnelheid te vliegen, wetende dat je met een optimaal arouselniveau het beste functioneert. Mocht dit niet haalbaar zijn in je dagelijkse bezigheden (zoals op het werk), kijk er dan naar hoe je wel op jouw favoriete snelheid kan gaan, bijvoorbeeld in nevenactiviteiten, zodat je het zo lang mogelijk volhoudt zonder in een (nieuwe) bore-out te schieten.

The truly creative mind

The truly creative mind in any field is no more than this:

A human creature born abnormally, inhumanly sensitive.
To him... a touch is a blow,
a sound is a noise,
a misfortune is a tragedy,
a joy is an ecstasy,
a friend is a lover,
a lover is a god,
and failure is death.

Add to this cruelly delicate organism the overpowering necessity to create, create, create --
so that without the creating of music or poetry or books or buildings or something of meaning,
his very breath is cut off from him.
He must create, must pour out creation.
By some strange, unknown, inward urgency he is not really alive unless he is creating.

-Pearl S. Buck-

Eerste open studiebijeenkomst positieve desintegratie

Op 17 april vond de eerste open studiebijeenkomst over positieve desintegratie plaats tijdens het wIQend in Beers; een jaarlijkse meerdaagse bijeenkomst voor hoogbegaafde volwassenen en gezinnen met hoogbegaafde kinderen.

In een tijdsbestek van twee uur werd eerst kort uitgelegd waar de theorie van positieve desintegratie uit bestaat - één van de deelnemers beschreef deze uitleg als 'de meest beknopte uitleg van de TPD ooit' – maar wel als één die de deelnemers globaal een context verschafte voor het onderwerp waarop binnen de studiebijeenkomst de nadruk op lag: dynamismen. Na deze brede introductie passeerden dynamismen in brede zin, als stuwende krachten achter persoonlijke ontwikkeling, en werd uitgebreid stil gestaan bij (de) individuele oplossende en ontwikkelende dynamismen. Eerst in spelvorm, daarna in inhoudelijke bespreking van separate dynamismen.

De deelnemers werden zichtbaar geraakt door positieve desintegratie en haar dynamismen. De voor de meeste aanwezigen nieuwe manier van benaderen van persoonlijkheid en persoonlijke ontwikkeling lijkt aan te slaan. De leiders van de bijeenkomst stellen zich nadrukkelijk niet op als 'goeroe' of 'deskundige'; doel is om met de deelnemers in gezamenlijkheid verder te groeien in het begrip en toepassing van positieve desintegratie. Na de zomer wordt vervolg gegeven aan deze bijeenkomst, in een qua tijd ruimer jasje. Hou deze website in de gaten of schrijf je in op de mailing list, dan ontvang je automatisch een mail wanneer bekend is op welke dag en plaats de bijeenkomst zal zijn.

Pagina's