Positieve versus negatieve onaangepastheid

De grote lijn in ontwikkelen volgens positieve desintegratie is van primaire integratie naar jezelf: van extern gedreven naar intern gedreven. Het gedrag dat iemand gaat vertonen, komt steeds meer in overeenstemming met de eigen waarden. Een buitenstaander kan dit interpreteren als dat iemand dus steeds asocialer wordt. Dit is echter wat Dąbrowski verstond onder negatieve onaangepastheid. Criminaliteit en psychopathologische gedragingen zijn uitingsvormen hiervan. Mensen zetten zich af, ten koste van anderen.
Dąbrowski benadrukt de groei van het empathisch vermogen door positieve desintegratie. Iemand handelt steeds meer naar zijn eigen waardenhiërarchie, maar wordt daarbij ook steeds alterocentrischer.
Dat lijkt een paradox: steeds meer richting je zelf (positieve onaangepastheid) en toch steeds socialer. De crux zit hem in het besef, dat alles en iedereen op de planeet met elkaar verbonden is. Het egocentrisme uit zich in het “zelf beter willen worden, door andere naar beneden te duwen”. Wat een heel begrijpelijke beweging is: we zien het in het dierenrijk onder andere bij jonge vogels terug. Om te overleven, moet je zorgen dat je eten krijgt. Als daarbij een broertje of een zusje het niet overleeft, nou ja, jammer dan. Dat is onze biologische impuls: ons overlevingsinstinct.

Niet voor niets is persoonlijke ontwikkeling zo ontzettend heftig. Zoals Dąbrowski het omschrijft: de derde factor (die zorgt voor de ontwikkeling richting het persoonlijk  ideaal), moet de eerste en tweede set factoren “overwinnen”. Op een bepaald level in zijn ontwikkeling beseft iemand dat hij geen controle heeft over zijn leven of dat van iemand anders. Dingen gebeuren, en het enige dat je kunt doen is daar kansen in zien en jezelf toestaan te groeien. Op een punt komt het besef dat iedereen zijn eigen pad moet lopen, dat je een ander niet kunt helpen; alleen ondersteunen. Dat op jouw pad komt wat jij nodig hebt. Dit zorgt voor een bepaalde gelatenheid op het “levenspad”. Tegelijkertijd zorgt het voor compassie; voor anderen en voor zichzelf. Je kunt anderen niet controleren, helpen of redden: dat moeten ze zelf doen. Je kunt ze alleen liefdevolle vriendelijkheid tonen en hopen dat ze goed voor zichzelf zorgen, voor het mooie mens dat jij in ze ziet. En het dan loslaten, wetende dat ieder zijn eigen weg te lopen heeft.