Onaangepast binnen de norm

Dąbrowski beschrijft bij zijn dynamismen vormen van aangepastheid en onaangepastheid. Er zijn een aantal onaangepastheden die algemeen geaccepteerd zijn. Tatoeages, extreme haardrachten, sierraden zoals piercings, maar ook groepen in de samenleving, zoals de alto’s, gabbers, mooiboys, hippies, voetballers enz. Zij hebben allemaal hun unieke vorm van zich uiten, die niet gemakkelijk, maar toch uiteindelijk wel geaccepteerd worden in de samenleving. Een unieke uiting van iemands persoonlijkheid, maar binnen de normen van de samenleving. Ik zal dit illustreren met een voorbeeld.

Laatst was ik op een feestje bij een vriendin. De drie (boven gemiddeld slimme) zussen haar partner waren hier ook. Al aan het uiterlijk van de jongste zus was te zien dat zij anders in dan de andere zussen: waar de anderen er netjes en neutraal voorkomen hebben, heeft de jongste zus en wat meer uitgesproken uiterlijk met spray-tan en grote gouden oorbellen. Het gesprek tussen de zussen ging over een tatoeage die de jongste zus wilde laten zetten. Ze had nog geen idee wat ze precies wilde, dus ze had een aantal foto’s van tatoeages meegenomen, die haar wel aanspraken. Na een groot schedel voor op haar bovenbeen en een draak voor op haar rug, liet ze een tribal zien, die voor haar hun gezien symboliseerde: hun ouders, drie zussen en broer en de drie kleinkinderen. De twee oudere keken hun jongste zus liefdevol aan voor deze (binnen het afgrijselijke idee van een tatoeage) perfecte idee. “Maar”, zei de jongste, “Ik wil hem wel zó groot op mijn nek, borstkas en tussen mijn borsten”. Je kunt je de reactie van de twee andere zussen voorstellen. De een zei: “waarom neem je niet gewoon een sleeve (een tatoeage die een groot deel van de arm bedekt)? Dan kun je die andere plaatjes die je toch al op je arm hebt staan, daar mooi in verwerken? (haar non-verbale communicatie zei: verbergen) Als je hem dan tot je elleboog doet, kun je hem altijd nog onder een shirt bedekken. En wat zullen andere mensen denken? Je weet hoe oudere mensen tegen iemand met een tatoeage aankijken. En ik wil niet dat mijn zus geassocieerd wordt met dat soort mensen. Wat zullen ze dan van ons denken?”. De andere zus was ronduit met stomheid geslagen. De jongste zus nam een houding aan die duidelijk maakte dat ze niet voor rede vatbaar was. Dit was háár uiting van onafhankelijkheid.
Heel tactisch draaide ze het gesprek naar de aankomende barbecue die een oom twee dagen later zou organiseren. De oudste zus, die eerder geen woord uit kon brengen, nam nu een houding aan waarbij duidelijk werd dat ze nu uit vrije wil geen woord uit zou brengen. De jongste zus vond het onbegrijpelijk dat hun oudste zus niet mee wilde naar de barbecue. Want: dat is toch gezellig met zijn allen?

Wat hier gebeurde, beschrijft de tweede factor mooi. Zussen die elkaar corrigeren in het gedrag dat als onaangepast gezien wordt, die tatoeage en het niet verschijnen op de familiebarbecue, waarbij de onderliggende reden vooral is “wat anderen denken”. In het geval van de tatoeage is dat, wat andere mensen van hun gezin denken door die dochter met die opzichtige tatoeage. (Misschien leuk om te vermelden dat de oudste zus, die niet met “dat soort mensen” geassocieerd wilde worden, zelf ook een tatoeage had, die haar have buik bedekte) In het geval van de barbecue is dat het beeld dat de rest van hun familie heeft over de hechtheid van hun gezin: je familie is belangrijk en daar wil je bij zijn.

Je zou kunnen zeggen dat die tweede factor het verschil maakt tussen positieve onaangepastheid en onaangepast binnen de norm. In bovenstaand voorbeeld “treedt iemand toe tot een bestaande groep mensen met min of meer hun eigen normen”. Hoewel deze groep soms wat schokkend kan zijn voor de omgeving, is het niet wat Dąbrowski bedoelt met positieve onaangepastheid. Als voorbeeld hiervan zou je kunnen denken aan pioneers, die vanuit hun eigen kern handelend, afwijken van de groep maar tegelijkertijd niet deze groep tot last zijn (want dat is negatief onaangepastheid), zoals de eerste vrouw die een broek ging dragen in plaats van een jurk.