Ontwikkelpotentieel genetisch aantoonbaar?

In het televisieprogramma "De kennis van nu" op 26 oktober 2017 werd onderzocht waarom sommige mensen best oké uit een oorlog komen en anderen getraumatiseerd.  In het televisieprogramma werd uitgelegd dat er een verschil in de genen tussen deze twee groepen mensen is.

We worden allemaal geboren met ons pakketje genetisch materiaal; daar verandert niets aan. Wat wel veranderd is de manier waarop het genetische materiaal gebruikt wordt. In het televisieprogramma gebruikten ze de metafoor van boeken: genetisch materiaal is de bibliotheek, waarin sommige boeken intensief gelezen worden en anderen bijna niet. De getraumatiseerde mensen bleven bepaalde boeken keer op keer herlezen, terwijl de mensen die redelijk uit een oorlog kwamen de boeken maar amper meer aanraakten. Hierbij wil ik overigens de kanttekening maken, dat mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) doorgaans hun best doen om niet aan het gebeurde te denken, dus de metafoor met de boeken is daarbij misschien wat minder handig gekozen, omdat het hierdoor lijkt of iemand er bewust voor kiest om de boeken te herlezen of te negeren. Het is gebleken dat negeren en wegstoppen meestal en tegengesteld effect heeft, dus het herlezen van de boeken in deze metafoor verwijst naar een ander systeem dat met het trauma omgaat.

Dąbrowski vroeg zich hetzelfde af toen hij zijn theorie ontwikkelde. Hij benaderde deze vraag vanuit zijn professie en concentreerde zich op de menselijke psyche. Gechargeerd gezegd noemde hij een groot ontwikkelpotentieel als de belangrijkste factor voor verregaande persoonlijke ontwikkeling. Dat ontwikkelpotentieel bestaat onder andere uit een sterke set derde factoren en een meerlagige ontwikkeling. Een groot ontwikkelpotentieel herkennen we bij de ander vaak intuïtief, maar het is zeldzaam. Hoe leg je aan iemand die "diepgaand, groot ontwikkelpotentieel" niet gevoelsmatig snapt uit wat je bedoelt? Dat het bijvoorbeeld veel verder en dieper gaat dan gedragsverandering?

Na het zien van deze aflevering van "de kennis van nu" vraag ik me af: zouden we over een paar jaar een groot ontwikkelpotentieel wetenschappelijk aan kunnen tonen?