De sensitieve narcist vanuit Dąbrowskiaans oogpunt

Mijn eerste associatie bij het woord narcist is een trompet (namelijk trompetnarcissen), maar het volgende plaatje is toch echt die smurf met een bloem op zijn muts die de hele tijd in een spiegel kijkt en zo ontzettend blij wordt van zijn eigen schoonheid.
In werkelijkheid zijn narcisten niet zo gemakkelijk te herkennen. Vaak zijn het innemende persoonlijkheden waar anderen graag iets voor willen doen. Tikkie arrogant, komen zelfverzekerd over en weten wat ze willen. Onder deze buitenste laag zit onzekerheid met veel behoefte aan zelfbehoud, die extern bevredigd moet worden.

Een bijzondere groep narcisten zijn de sensitieve narcisten. Een innemende persoon die (meestal) hulp nodig heeft en die je precies weet te raken. Dit is de groep narcisten die erg moeilijk te herkennen is. Als ze al ontdekt worden, is dat vaak pas na lange tijd in contact met ze. Je kunt ze namelijk overal vinden: tussen vrienden, familie, je partner, onderwijzers, die spirituele goeroe… Eén van de eerste aanwijzingen dat je met een sensitieve narcist te maken hebt is dat het drama eigenlijk nooit stopt. Hoe veel je ze ook poogt te helpen met raad en daad, de echte verandering komt er niet. Het gaat namelijk niet om het oplossen van de hulpvraag, maar om de aandacht vanwege de hulpvraag. Soms lijkt er even inzicht te komen, vaak net op het moment waarop je bijna de handdoek in de ring wil gooien omdat het je te veel energie kost en je onderbuikgevoel zegt dat het toch (weer) niet gaat werken. De ander voelt de afstand (want sensitieve narcist) en werpt je spreekwoordelijk een bot toe: “deze keer is het echt anders” “nu snap ik wat er aan de hand is” “weet je, eigenlijk ben ik stiekem wel bang”. Je denkt dat dat harde werken eindelijk wordt beloond met inzicht en verandering, maar helaas, het bleek van korte duur. Maar nu heb je gezien dat het inzicht er wel is! Je moet alleen… harder… werken… om het weer… boven tafel…. te krijgen…
Met andere woorden: het blijft drama, er blijft altijd wel iets aan de hand.

Bij een sensitieve narcist zien we in de regel een sterke eerste en tweede set factoren: de overlevingsdrang is groot en ze zijn super sociaal. Ze hebben hun omgeving nodig. En dan bedoel ik: echt nodig. Alles voor zelfbehoud, maar zelf kunnen ze hier niet in voorzien. Ze nemen zogezegd geen eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast hebben ze een emotionele overexcitability. Naast het sensitieve, uit zich dit bijvoorbeeld ook als ze “hun zin niet krijgen” in boosheid of zelfs agressie. Kortom: hier ontbreekt elke vorm van diepgaand ontwikkelpotentieel.