Het belang van èchte peers

Skillfully controlled exposure of the child to the difficulties in the environment of his peers is one of the important sources of refashioning the child’s attitude, for his equals are considerably more direct in behavior, and often considerably more objective, than older people, even parents. The environment of peers becomes, therefore, an environment creating conditions for reshaping the egocentric, egoistic, imperious, and other attitudes.

Dit schreef Dabrowski veertig jaar geleden in zijn boek “Personality-shaping Through Positive Disintegration” (p 203). Hij onderschrijft daarmee het belang van peers voor de ontwikkeling van een persoonlijkheid. (Kort door de bocht vond Dabrowski dat niet iedereen een 'persoonlijkheid' bezit, maar dat deze gevormd kan worden gedurende het leven. Tegenwoordig zouden we wellicht zeggen dat iedereen een persoonlijkheid heeft en wat Dabrowksi bedoelde aanduiden als 'authentieke persoonlijkheid' of met het Amerikaanse begrip 'true self', het ware zelf.)

En hoewel peers, 'ontwikkelingsgelijken', om je heen hebben zo belangrijk is, is het voor mensen met een groot ontwikkelpotentieel vaak lastig om peers te vinden waarmee ze een 'echte' connectie voelen. Want niet alleen moeten peers over een soortgelijk ontwikkelpotentieel beschikken, ze moeten zich ook nog op een soortgelijke manier ontwikkeld hebben / ontwikkelen. En wanneer het gaat om het vinden van een levenspartner hebben de meeste mensen daarbij ook nog eens specifieke geslachtsvoorkeur.

Wanneer die 'soort' waartoe je behoort niet (of niet voldoende) te vinden is, maakt dat de ontdekkingstocht in jezelf een eenzame odyssee. Want juist het kunnen spiegelen van jezelf aan anderen, het feedback krijgen op gedrag en ideën, het samen met anderen nadenken over een plethora aan onderwerpen die je bezig houden is zo essentieël voor authentieke ontwikkeling.

Een goed voorbeeld hiervan zijn tot op zekere hoogte de Leonardo afdelingen voor hoogintelligente en hoogbegaafde leerlingen die sommige basisscholen hebben: kinderen voelen zich hier al een stuk meer zichzelf dan in een 'gewone' klas leert de ervaring. De kritiek die er te horen valt op het 'apart zetten' van deze groep leerlingen -dit zou elitair zijn en slecht zijn voor hun sociale ontwikkeling- verwerp ik dan ook absoluut: juist het feit dat deze kinderen zich tussen (meer) ontwikkelinggelijken kunnen ontplooien maakt dat ze meer mogelijkheden hebben tot een 'persoonlijkheid' te ontwikkelen.

Veel mensen met een hoog ontwikkelpotentieel die ik spreek hebben een 'normaal' leven. Een baan, huis, vrienden, relatie en familie. Maar waanneer ze niet beschikken over 'echte' peers ervaren ze vaak toch existensiële eenzaamheid. Een pasklare oplossing is er niet – er is niet echt een club voor 'onze soort' – iemand ideeën daarvoor?